07 januari 2021

WELKE PLAATS IN WELKE RUIMTE.

Het kind
ligt in snippers
van het kleedje in de kamer. Ik

probeer wanhopig ronde blokken door een vierkant
gat
te slaan

maar mijn handen
zijn
onbruikbaar.

Ik krom me
om mijn ruggengraat,
mijn hoofd heb ik uit de beek gehaald –

Er is geen tijd
om het te zien
vergaan.

Maar om nu zo te leven, in dit denken, land
zonder rand –
Er is teveel

dat thuis hoort
in de gekte.
Ik stap naar voren op de brug

en slinger vingers over grenzen,
speel nachtenlang scrabble
met mezelf

en hussel
letters.
Mijn handen landen in de lucht,

ik spel jouw naam,
kindje,
waar ben je.

Pak me vast
in het onbekende.
Ik wil je terug naar huis toe brengen.

– Malon

06 januari 2021

DONNA.

Er hoeft niets over gezegd. Niet
of het iemand
wel of niet uitmaakt

dat ik me achter mijn bureautje opvouw
in zelf
medelijden,

boosheid, onbegrip, verdriet
en vergeefs mijn hart probeer terug te leggen
in het midden,

maar ik vertel wel dit:
dit
is het moment dat ik het leven in twijfel trek.

Het verzakken van de grond, het verdwijnen
van de horizon
waar ik me altijd tegen afzet, dat zelfs

jouw dode kind
niets kan
ophelderen

over het gezag van God
en of diezelfde
“God”

ook in de hemel geen gezicht heeft
of zelfs vaste
vorm.

– Malon

5 januari 2021

RECHTE RUG EN HOOFD OMHOOG.

Vertel het
aan het stof
van je overleden dromen, aan het

iconisch beeld
van vaders, moeders
die nooit meer uit de oorlog komen.

Je had ook tekeningen willen maken
van huizen, bomen, vrolijke
families die

handen vast hielden, jij
met vleugels en de
regenboog

hoog, maar hoog – Hoog
was het vliegtuig, het
dak

dat naar beneden viel, de bomen
en de bommen
op de stad en

je herinnert je nog steeds hoe toen het licht
veranderde, alle
gewonden

langs de wanden en dat je moeder,
ondanks alles,
tòch

een lach op haar gezicht had
en je vader
die een huisje

bouwde
van zijn
handen.

– Malon
(n.a.v. S.O.S Enfants En Detresse)

5 januari 2021

HET WEESJE MET HET MEESJE.

Toen ze wakker werd
was ze geen meisje meer:
de benen stonden

stevig
onder het lijf.
Ze was veel sterker dan wij

tezamen,
altijd
in veel te kleine, grauwe kleren.

Ze was de eerste
in de zandbak
die oude sporen in de aarde zocht.

Haar dunne vinger
strekte zich
toen we de dode vogel zagen liggen.

Zij was degene
die haar draaide op haar kant
en aaide

over veren.
Zij wist zich te herinneren
hoe het was

iets kwijt te raken en
als wij dan onze hand uitstaken
zei ze: “Nee,

ze slaapt,
niet
wakker maken.”

– Malon
(n.a.v. S.O.S Enfants En Detresse)

-3 januari 2021

OM NIET MEER OPGEMERKT TE WORDEN.

Jouw blik was als een hand
die me vast kon houden,
stil,

zwijgend op mijn schouders.
Nu zijn er vingers die veinzen dat zij ogen zijn.
En wat er ook gebeurt:

je speurt
en speurt en speurt,
omdat er niets constants is

dat genoeg
constant is
om die blik te rusten.

Mijn vlees is klei, een
lijn en stip en hol en deuk en jij vol
afgrijzen.

Ooit werd elk onder- of voor-
werp
goud waarop je staarde, maar je staart

en staart
en staart
en weet niet eens waarnaar.

Daar sta ik niet, kijk
hier
ben ik.

Ik heb het papier niet glad gestreken
om het uitdunnen
van je geest tegen te gaan,

niet om niet te hoeven vragen of je nog net zo
geil
en hitsig

van me wordt of minder of of je
zelfs nog
van me houdt

of om
elk antwoord
vast van tevoren in de grond te stoppen,

daar waar
alles
wat ingewikkeld is

begraven wordt. Nee,
niet
dáárom.

– Malon
(n.a.v. wereld braille dag)

02 januari 2021

DE WERELD IN ZES STIPPEN.

Niet alleen aan de rand of in het midden,
maar
ook

aan de andere kant
van de tijd.
Over de gehele linie zoog zich de wereld naar binnen

en iedereen
die erop stond
viel mee, ook ik, geruisloos

naar beneden van de bovenste houten trede
tot aan de kelder in je ogen –
Ze waren ziek

en niemand
kon ze
beter maken.

– Malon
(n.a.v. wereld braille dag)

30 december 2020

A MAMMOTH ONCE TOLD ME.

We came back from history,
the mammoth
and me.

I wore its tusks
around my neck, carried
its carcass on my back and left

the memorial
site
of an era.

He is a fossil now.
Heavy,
still.

I couldn’t save him from extinction,
could not preserve one
strand of hair,

the coats and gloves that should’ve kept us
from the frost were just
no match.

I left them
somewhere
on a crystal headland.

So besides residues
I’m empty-handed
and I am scared, no –

Frightened,
better said.
There was blasted ice and bloody hell, but here

we do not see how glaciers
melt so much
they will restore themselves.

The cold
it gets
before

the end.
We wear pink sunglasses,
short skirts,

float pink flamingo’s in our pinkish bathtubs –
We like the heat
of global warming,

we like the smell,
the burn,
the dread. But listen –

Do you hear the cattle bells,
the ten to twelves, the
yells from when our ancestors were begging please,

“to be more careful”?
The mammoth told me this,
my friends,

before it left itself
on Wrangel
forever:

“It was a complex mix of all, I guess.
Humanity,
a virus, cold.

You’re in the same position now,
but I
can not quite rescue you

from that.
Just reassure the last one standing there
that when the

day has come
and deeds are done,
the

man won’t know
that man
is gone.”

– Malon

29 december 2020

IN HAAR EIGEN NAT.

In dit bed
is alles golven.
Het krakende geluid van jouw opzij

rollend
lijf.
De welving

van mijn eigen.
Hoe het klinkt als we tegen elkaar aan wrijven,
wanneer jij

onder mij verstijft
zonder
bang te zijn.

Hoor je de klank van binnenstebuiten?
Ik trek je uit,
jij,

trui van huid en vlees
en haal de rem
van je hart.

De hebzucht van een man
is soms misdadig.
Al veel te vaak heb ik het woord “genade”

in mijn mond gehad en
uit
gebraakt, maar dit vertolkt de taal

van liefde.
We zijn de zolderkamer op gegaan
met onze tinnen pannen,

jij holde
de bolle rug
van het dak en liet de regen zachtjes

spatten.

– Malon

28 december 2020

ALUMINIUM POSTERITY.

Lord, do not confuse yourself –
I do not beg,
I do not plea.

This is not an advocacy for every feminine
specie
that’s ever dreamt

of babies, this is
on me. You see,
this pelvic floor of mine –

Would you mind to peel the pressure, please.
I think it’s filled
with dying people.

Could I be made from steel instead
of flesh, could it be
that

broken people don’t bleed
just
to save humanity.

This monthly spoil –
is it to rescue all, is this why I
do not spill red as

every other woman
does, Lord,
help me please, help

them.
What will I tell the eggs
that never hatch?

What can I say when they’re laid down in straw
without ever
touching their

mommy’s feathers.
My moon lies in the water,
me –

I see myself in her vision,
eyes deep
like craters.

– Malon

27 december 2020

HET RISICO VAN LIEFDE.

Vergeet niet
in de ochtend
weer de berg rechtop te zetten.

De nacht
heeft elke vorm verzacht.
Je hield een hand vrij

voor het strelen.
Je hield mijn voeten vast.
De rest van jou

had al het andere.
Dit was het grootste risico dat ik ooit nam.
Het onttrekken van lucht

uit een andere long
en in mijn eigen long
jouw

zuurstof.
Er is niet langer plek
voor de ruimte die het zuchten neemt, er is geen

houden aan,
er is het
houden van en dat

is anno nu het gevaar van liefde.
Het lag nooit eerder
zo dicht

bij het verliezen.

– Malon