12 januari 2020

VANUIT DE HEMEL IS ALLES KLEIN.

Het is te subtiel om het te zien,
maar de engelen
verliezen hoogte.

Ze kijken
onder vleugels door
en zoeken steun bij de gewone mensen.

“Onze luchten zijn van lood.
Er zit een ander
op de wolken.

Help ons toch.
Het is te groot.
Hij heeft de toegang tot onze hemel ontnomen.”

Vanaf de grond zie ik hoe God
zichzelf op zijn rug
probeert te dragen.

Ik zie hoe engelen
om genade vragen. De nimbus
afleggen,

gezamenlijk,
en bidden tot elkaar met frêle,
dichtgeslagen veren.

“De poort is dicht, wij durven niks,
niet eens de
sleutel

in het slot te draaien. Elke
handpalm
is een kooi

voor dat wat past en
klein
genoeg is.”

– Malon