13 januari 2020

VRIJEN MET EEN VREEMDELING.

Om me heen zie ik de mensen
uit hun lege dromen komen,
ze voegen

aan de wereld
niets meer toe.
Het lijkt of ze de vreugde proeven

van een mens dat
onontdekt blijft,
hoe dat het leven lucht geeft

juist op het moment van vrezen om
onnoemelijk
te zijn.

We willen best wel horen
wat we niet graag
willen weten,

maar dan wel vrijen in de schemering
zonder naam en met een
vreemdeling.

Niet alles
hoeft
hardop gezegd. Immers

welk onderscheid maakt jou mijn vijand
als we het liefste slapen naast
de onbekende wezens

blind voor
elk verschil dat ons nog afremt om echt
lief te kunnen

hebben.
Soms lijden we zo onder ons, dan
weten we

geen kind te zijn en dat jij
niet mijn moeder bent die
open of gesloten

ogen
mijn bedekt gezicht
kan lezen.

Maar leer me dan geheim te zijn
en jij, voor even,
streel

door mijn vergeten haar, aai
het verhaal dat ik je
niet verteld heb.

Weet niet wat ik
verzwegen heb. Laat mij gewichtloos
in je armen

liggen. Zoen deze
anonieme tepels. Betreed mijn schemer.
Vrij mijn

onbereisde lijf
tegen je aan en dan –
betreed het.

Neem dat wat niemand in bezit heeft
tot je. Schreeuw mijn
onbekende naam.

Laat me
voor altijd zo vergeten zijn.
Kus het gebrek onder de dekens

dat in het
donker liggen bleef,
want in het donker is geen oordeel. In het

donker zijn we
even mooi.
Kom, liefkoos

blind en onbeperkt,
vergeef me zonder dat je weet wat ik
hiervoor heb

fout
gedaan.
Vergeet de voorwaarde,

de hindernis, de struikelsteen,
de reden
niet van mij te houden

omdat je iets hebt leren kennen
waar je niet goed
mee kunt

leven.

– Malon