14 januari 2020

SMEKEN TOT OP ZEKERE HOOGTE.

Oh ja, daar. Ja, ga
nog maar een beetje dieper.
Zo heb ik het het liefst

net niet
kieper ik.
Zolang gevaar niet te dichtbij komt

is het
aangenaam plezierig.
Ik vond het diepste van genot

ergens
tussen botsplinters en vervlogen
vlinders.

Daar waar het wringt.
De dood mijn
tenen likt.

Ik kus het liefst de mond
die uit het dichtste donker komt.
Misschien raak ik haar

net niet,
misschien
nog minder. Misschien.

iets. Kriebels.
Ik zit in buslijn vier naar huis en
dwarrel door mijn haar.

Ik denk aan
hoe jij me bijna dood liet gaan
en hoor mezelf

door te harde muziek heen stamelen
van:
“dank je”.

– Malon