15 januari 2020

DIE SCHEUREN IN JE STEM.

Dan zitten er gaten in je keel
en je ogen hangen
in hun staren stil.

Je duwt het weg,
legt snel je lepel, vork, mes, broodmes en
servetje

naast je neer, dan
is het er
niet meer.

Je bent eraan gewend geraakt,
merk ik,
dat je nooit geleerd hebt

voor jezelf
te leven,
wilt steeds maar mensen om je heen,

omhelst ze
om hun vastigheid te voelen
en je in jou

te doen
geloven.
Maar wat blijft over, dan, als ooit

niemand naast of
boven je staat,
als al het licht straks van de aarde af valt,

de zon haar
schaduwen slaat
in de volle grond.

Besta je dan
nog,
waar het land droogt,

je de boot hoort schrapen
over houten bodems,
je je beseft dat zij het antwoord hebben

op de vragen
die je stelt,
maar wel pas als ze weg zijn

en het je niet meer
kunnen
vertellen.

– Malon