21 januari 2020

INSTORTINGSGEVAAR.

Ze ging om te vergeten
hoe het blad er beefde
boven de vorst op de grond,

hoe haar kleine bed
in de plank
verzonk

en zij,
omringd door dik beton,
haar eigen vingers krom trok.

Het werd te donker
in de smalle, koude kamer.
De omtrek van zijn borst leek ooit

een huis. Het had
een raam, een
rieten dak. De open haard was warm.

Zij werd er oud
in zijn contouren,
maar zwoer dat deze liefde

zo fataal voor haar zou zijn
dat zij er eerdaags
in zou blijven.

Zij wilde rouwen
voor de kou kwam,
verloor haar wenkbrauwen en

trok er weg. Ze
bedekte zich met sneeuw
en bleef dan eeuwig

voor de voordeur staan.
Blauwe lippen,
dichtgeslagen, bleek, een

witte weduwe.
Hij was nog altijd woning die
rechtop stond,

maar ze durfde niet meer binnen.
Bang
dat niemand

open doen kon

– Malon