22 januari 2020

WEDERZIJDSE LIJVEN.

Mijn borst zwenkt na van laatste kussen,
ons lijf is
wederzijds geworden. Zo

kruipen wij ons
lichaam door.
Ik ken dit jonge meisje.

Ze is niet bang voor bloedverlies.
De lijn is dun.
Met jou is mijn geheel geboren.

De dingen zullen meer gelijk zijn
dan eerder ooit en ooit
tevoren.

Het lijkt of ik al
heb geleefd. Voorheen was
deze adem

los van lucht,
maar uit mijn
elke zucht ontstaan. Je naam,

geborgen,
ligt intussen
ons te rusten.

Ik vond je in mijn long terug.
Niks dat ik er
aan kon doen of zelfs maar

heb gedaan. Je
liet je onder,
dompelde, bedaarde er

van elk zware storm
die trok
over ons heen. We waren samen daar.

Het was kalmerend,
zoveel hetzelfde wezen, gewoon
twee verlegenen

die bij elkaar in slaap verdwenen.
Hoofden die wegrolden op volle boezems
zonder bang te zijn

hun geesten
op
te moeten geven.

– Malon