23 januari 2020

WAT DAN OOK.

De wolk van een eerdere nacht
wierp iets naar beneden.
Het lag

in de meest zwarte hoek
van het park.
Het duister vroeg nog naar het pad

erheen, zag door zijn eigen donker
niet zo heel goed
wat het was.

Er liep een blote man op af.
Hij bukte
om het op te pakken.

Even stond de
kerkklok stil, de dood leek
zo onzichtbaar, daar. Hij

was niet bang,
klemde zijn handen rond hetgeen er was
en ging toen terug,

het maanloos pad af.
De vergankelijkheid hervatte zich,
het doodgaan

ging weer door.
Niemand kon zien wat hij gevonden had,
maar hij zou een ander mens

bij terugkomst zijn.
Of het nu wel
of niet was

wat hij zocht.

– Malon