24 januari 2020

OLIFANTEN IN DE AARDE.

De stad verheft haar hoge daken.
Ik dacht dat ik de wijken kende
en de flats die

in die wijken waren,
maar het zijn roze olifanten,
middenin de wereld,

niemand
draait zich ervan af.
We zien niet langer de

glimmende schoenen
die bovenop de beschaving staan
van kleine mannen

met brede voeten
die binnengaan waar ze niet mogen
en weglopen

met droge ogen
nadat ze alles
hebben meegenomen.

Die verandering breekt aan
voor we het
in de gaten hebben.

We vragen:
“Hoe nu verder?”
“Zeg het maar.”

Ze zitten bovenin hun toren,
de hemden strakker
dan hun lijf en wij

zijn ongemerkt ergens aangekomen
waar we
niet eens

heen zijn gegaan.

– Malon