25 januari 2020

IETS VAN OORLOG.

Ze leven in de stalen buizen
ver beneden ons, de
ondergrondsen,

waar nacht zich afsluit van de stompe mens
en schaduwen sterven
in het donker.

Het leven is er uitgemergeld,
zelfs warmen aan de naakte ander
werkt op deze plek

niet meer.
Terwijl de jonge jongens
bange helden worden

schrokt iemand boven hen
een brood weg
met beleg en

zonder honger en
blijven kleine meisjes achter
met twee baby’s in hun buik,

een lege maag en
platte borsten.
Het vel wordt van hun romp getrokken,

en wij maar
hebben voor de heb.
We halen schouders op en

gaan dan verder.
“Het is de schuld van hun geweten,
daarin

zitten ze gevangen.”
Dat zegt men dan
net voor het dutje

in dat warme, knusse bed.
We doet de ogen dicht
en zijn

vertrokken. Zacht genesteld
in de slaap. Niemand
beseft dat wij rust kennen

omdat we liggen
op de lijken
waarop die vrijheid wordt

gedragen.

– Malon