26 januari 2020

WAS DE HEMEL MAAR PAPIER GEWEEST.

Ik zie dat wolken
zich in een knoop hebben gelegd
en hoe je

het moment ontdekt,
maar dat moment is
leeg en

weg. Het
enige wat jij nog weet is
hoe je moet vergeten.

Ik heb de schemer niet goed ingeschat.
Waarom heeft niemand
wat gezegd.

Het is voor jou niet uit te leggen
hoe massief
die leemte is

en hoe solide openingen.
Van streek zie je het schuim om je mond
en de kleur

van al je benen.
Waar ben je toch
naartoe gegaan

en wie komt je daar
ooit nog tegen.
Je schuifelt door het huis

alsof je denkt dat je nog terug zult keren,
maar alles hier is bleek en
kunstlicht.

Vaag en mistig.
Doffe nevel. Elke
herinnering is mee met jou.

Elke
verbintenis met mij
verdwenen.

Als ik met jou naar buiten ga
voel ik de wind die even oud is
als al het

leven er omheen.
En hoe het stormt bij jou,
vanbinnen

raast en
er zal zoveel na je waaien nog, ons
om de oren vliegen,

samen en
alleen,
ach –

was de hemel maar papier geweest
dan had ik
luchtkusjes gevouwen

die je bewaren kon
als tastbaar
strelen,

al was het
van een
vreemde.

– Malon