27 januari 2020

ZELFS DAN WIL IK HET NIET GELOVEN.

Ik voel hoe de warmte je lijf verlaat
en droom ervan
mijn hoofd te begraven.

Een laatste keer voordat je gaat
kruip ik dan
in je haren, in je

lieve, zachte haren.
Schik je pluis op mijn huid,
leg me daar.

En je zou zeggen,
zoals altijd: “Kom maar.
Kom maar, kleine meid,

helemaal tot aan me toe en
leg je oor maar
op mijn boezem.

Hoor je hoe mijn lijf het doet?
Luister goed.
Het hobbelt en het

zwoegt.”
Er waren vele dagen
dat we daar zo lagen, samen.

Ik hoorde de golven
gaan en komen en
hoe je stroom

stil
kwam te staan.
Je ebde uit je lichaam weg,

bleef daar,
zou nooit de weerga
van je weggaan kennen.

En ik, ik droom alleen nog maar
van vloeiend water
in je lijf.

Dan leg ik mijn hand neer
in je bloed
en knijp

en knijp
en knijp
en knijp.

– Malon