29 januari 2020

VOOR HET GEVAL DAT.

Ik heb het oprijlaantje weggedaan, de
heg, de glazen in de
kast

en zelfs het stepje van een kind
dat ik
nooit had.

Ik heb het allemaal verlaten.
De tafelpoot, de hal. Ik drink nog een keer
koffie

in de haven,
klets over de cavia die
ik zojuist heb weggebracht, over

het sterven en het
heengaan
dat zich alsmaar blijft hervatten.

Ik gooi mijn mondhoeken daar
in het water,
de brug ziet ze nog even lachen,

maar die zijn niet meer nodig,
straks,
ze zouden maar gaan hangen.

Ik heb de deurklink weggeflikkerd.
Het liefste ben ik hier
heel alleen,

want afscheid nemen
kan ik niet en
zeker niet van wat ontvalt

zonder het
vooraf
te weten.

– Malon