06 februari 2020

WAAROM MAAK IK ALLES STUK.

En toen was er
niks meer over.
De nevel is vannacht gekomen

samen met het beest dat
in mijn hoofd
heeft overwinterd en ik

zie niet langer het verschil
tussen de zee, de kim, de boten, lucht of
meeuwen.

Alles mist.
De regen viel
tot net boven de aardse korst, haar kop,

laag bij de grond en dan die
tanden.
Ik kon door alle waas niet zien of ze nog

binnen in mij rondliep of naar
buiten was gekropen,
weet ook niet

wat ik liever had.
Ik viel weg tegen de achtergrond,
werd schim

en vaal gestalte. De papperige grijze massa
waas
voor mijn pupillen en

sindsdien ben ik mijn eigen kwelling.
Ik zet voor elke stap vooruit
een wildklem

aan mijn poten. Hier is niets
nergens,
nergens nooit en

nooit wordt niemand iemand meer en ik blijf
jagen
op mijn grauwe spook.

Ik was zo bang om achtervolgd te worden
dat ik me stil hield
op de vlakte.

Het was de kus die me verried.
mijn ogen
dood,

maar mijn lippen warm, doorbloed, nog
zacht en
rood.

– Malon