10 februari 2020

CIARA.

De storm rekt hier haar armen op
en klemt zich
om de bodem.

Is dit hoe God zijn hemel opent? Er vallen
witte veren uit het gat dat
in de hemel is

gebroken. Het sneeuwt. Een kind stort neer,
een dode vogel.
Het weesje houdt haar beer nog

dicht tegen zich
aan. Er vliegt iets
heen en weer

het gat in. Ik hoor het gillen van de wind,
maar het zijn
gieren

om de lichamen. Ze cirkelen
en vieren iets.
Pas op!

Daar gaat het knuffeldier.
De wind bewaakt de poort
met twee gordijnen om haar schouders.

De bloemen vallen uit het stof.
Wat is de hemel
vol.

Ze kan de engelen niet langer houden
en slaat haar
armen in het rond

tot elke bleke schaduw
als een vlokje
naar de aarde

dondert.
Elke wolk moet leeggeblazen,
elke

zwaarte zichzelf dragen
en als we wakker worden,
morgen

ligt daar de nachtvorst,
rood,
op straat.

– Malon