22 maart 2020

WAAR LATEN WE DE LIJKEN.

Daar
op het strand met de dolle beesten
ziet ze ze

hun staart najagen,
mensen knagen aan hun
schedels,

de zeemeeuw graait en
graaft haar
snavel in

een verenkleed. En zij,
zij legt het lege lichaam in de duin,
zand dat

ineens
een andere bedoeling heeft dan
gewoon kruimel

tussen tenen.
Hier stolt het bloed en
sterft het vlees, is

elke schelp een witte steen.
Hoe stil de maan. Hoe bleek.
Hoe vreemd.

Hier op de kust heeft rust ineens een
heel
wrange betekenis.

– Malon