24 april 2020

OPEN VROUW.

Van je vingers om mijn middel
rest alleen de
hitte, jij bent mijn

midden
in de wereld. Eeuwig kind,
wat lijken wij op bloemen.

Ik heb je door je knop zien stoeien. Uit de
barsten
van het meisje stapte

voor het eerst
een vrouw.
Ik zag haar openvouwen, armen wijd,

een kiem
onder de hemel. Moeder,
wij waren bloot en vredig.

De nachtvorst was nog nooit zo koud,
maar
aan de appelbomen

bloeide bloesem,
zedig wit
onder het blauw.

Ik wist alleen nog hoe ik van je hield en
dat ik hurken wilde.
Hurken

aan je rank en dan vergroeien
met je
steel.

Ik heb je heel dicht op de huid bekeken,
levensecht,
natuurgetrouw.

Je was zo gaaf en zo volledig.
Toen heb ik het ontstaan gezien
met net die andere

twee ogen.
Open vrouw,
geef mij opnieuw het vlees waaruit dit

lichaam is geboren
en laat je stem
door water zingen.

Mijn oor
zal open vallen. Vloei
onder mijn handen

en word warm, week los, dan –
Spat uiteen.
Laat mij je naakte roze schelp.

Het bed waar ik je baar is breed,
welke jurk ik ook draag en
wat je wensen

daaronder
ook zijn.

– Malon