28 april 2020

GEESTEN BOVEN DE LANDERIJEN.

Alleen daar
wordt met God gevochten;
eeuwig de verkeerde plaats

op het verkeerd moment
en altijd
ongelegen.

Hebben wij genoeg gestreden.
Niemand
weet meer zeker

of wij wel mee hadden kunnen gaan
naar een
of ander

leven
buiten dit.
Nergens stond het aangegeven.

Nergens
zag ik een bord dat zei: links
is beter. Nergens tekens.

Zo heeft het toch niet moeten zijn.
Dat de spoken in ons hoofd
hun vlucht nemen en

uitstijgen
boven hun eigen wit en
buiten jouw

en mijn wil stevig worden,
vaste grond
onder hun zweven.

Ik dacht dat ik de mist zag liggen
laag en dicht
boven het weiland,

maar het waren geesten,
duizend geesten waar ik stond.
Ik zag ze bidden.

Duizenden
die aan de aarde
kleefden. De aarde,

rul en korrelig,
of ze loskwam
van haar

wortels.

– Malon