29 april 2020

VERZWOLGEN ZEE.

“Is dit dan wel de juiste zee,
het goede tij”,
vraag jij.

De zee die altijd heeft gedreven,
maar in zichzelf
verzonken is,

alsof ze zeggen wilde: kind,
ga heen en
keer niet weder.

Ik draag misschien de schepen,
maar
in mij zijn meer doden verdwenen

dan jij op een hand
tellen kunt. Dus
neem je schelp mee,

berg je
in het kalksteen, maar geef
die zware parel

in je rug
terug
aan de kust

en wees dan leeg, bloot,
zacht roze, loze, lichte
schulp en

onbewoond, kind en
kleef.
Kleef aan de korrels, kleef

aan de klonters,
kleef aan de bruisende, schuimende
mond van de zee, kind,

kleef
aan haar speeksel,
maar kom schoon

tot mijn rand.
Dit is je enige kans.
Laat je droge huis achter in het zand

en zweef.
Ik ben een graf, kind, laat je kist
dicht en

alles
achter
wat je verzwaren kan.

– Malon