29 april 2020

TEGOEDBON VOOR VERLOREN TIJD.

Hadden we maar tijd tegoed.
Dan was het wellicht makkelijk geweest
eroverheen

te spreken
en voorbij zien aan het jou en mij en triest
bewegen.

We liggen nu al tijden zo
en zwijgen
evenveel. Hier

meet ik de lengte op, ver
ver
over de einder.

Ik heb geleerd
te kijken in haar schemer,
precies daar

waar water breekt met zilte lucht
en werd gewaar:
langs deze lijn

gaan alle schepen.
Dit oeverloos voorbijgaan –
Niemand

valt eroverheen.
Ik knijp heel even in je hand en pak je
beet, ik

draai je
kin.
Dit is zo goed als alles

wat er is. Je
moet het eens proberen.
Één oor sluiten

en dan het andere op de aarde leggen.
Luister maar, zo
kun je horen wat bestond,

bestaat
en
komen gaat.

Alles drijft heen en weer, laat haar maar
op ons neerslaan en
bezinksel zijn.

Vlei naast haar en verstrijk er
aan haar zijde.
Het getij verglijdt,

zwelt aan.
De tijd.
Zij

zal ons bevrijden.

– Malon