30 april 2020

EEN OGENBLIK TUSSEN PUPILLEN.

Zo wandelden wij vaker
door de duinen. Het
helmgras hield het zand

onder ons samen, je kruin werd warm
en later was er
ruimte

onder je navel. Kom,
loop nog even mee, zei je dan,
gooi de boeien

terug het water in
en geef
het wachten aan de zee.

Mijn kleed zal even wit zijn als voorheen
en jij mag
rafels maken.

Draai krullen in mijn haar, ik zal
geduldig
alles nog eens uitleggen. Het was geen

opgeven,
dat niet,
nee,

het was overgave.
We moesten in elkaar verdwalen,
alles moest

kapot
tot elk klein
deeltje doodgaan in ons

verloren raakte.

– Malon