04 juni 2020

LAAT ONS IN ELKAAR ZAKKEN.

En als je zo ver bent, dan
slaap bij mij vanavond,
trek je kleren uit

en dicht
je navel, we komen
nergens meer vandaan.

Dit is wie we waren.
Zonder afkomst,
zonder oorsprong. Wij,

geboren uit verwoesting en
genadig onder deze
zon

die
zichzelf
verschroeit.

Zie je hoe ons dak dun wordt.
We plooien
met de stenen

van de muren
in ons huis. Het beton
is slap en buigzaam. Lig je eigenlijk wel

zacht genoeg.
Ach, we smelten weg,
straks, dus wat doet het er ook

toe.
Als het zover is, dan
gooi het gat over de heg en laat het

in de ruimte vallen.
Spuw het
uit

in de duisternis.
Laten we kijken hoe het neerkomt. Wij,
verzoend en

zakkend in elkaar. Ik
in jou
en jij

in mij en
dat we
samen

een ruïne zijn.

– Malon