08 juni 2020

DUBBELE BODEM

Ik vond je pas weer
toen het eb werd, waar de zee
haar golf had

neergelegd
en jij in bruikleen
op het strand lag. Mos

op armen en koraal
dat zich al krulde om je kruin als
waren het

je eigen haren. In de duinen
zocht ik naar je,
spelend

met je eigen geest. Jij, je
tweede bodem mee
en ik

die niet
onder jouw grond kon komen.
De kreeft en jij

verborgen
samen. Ik weet: dit hebben ze gemeen.
Ze kruipen eeuwig weg,

onder het zand,
daar
vinden ze

de hemel.

– Malon