01 juli 2020

DE DAUW OP HAAR WERVELS.

“Neem maar de appel uit mijn boom”
zegt zij, “en pluk
mijn last. Neem

al wat ik gedragen heb. Het trekt
mijn takken
slap. Drink

van mijn sap en was me. Ik wankel
in mijn voeten
en hang scheef. Ik

kan niet langer.”
Zo ligt het zware wegen
van de vruchten,

zij,
kaal en krachteloos.
Het gewicht van de zwaarmoedigheid

verzwakt haar en zij
smeekt: “Lik alsjeblieft
de dauw die

parelt op mijn rug
en laat mijn vol blad
druppen.

Ik vraag slechts rust,
luchthartig,
licht, dat

mijn oogst vallen kan en
boven mijn gebroken stam
elke

vermoeide ster
de
schemer

nacht
mag
ontvluchten.”

– Malon