26 juli 2020

DE VORSTIN VAN JANUARI.

De herfstwind blaast zich schraal en kaal
waait zich
de winter. Dit

is het zware tillen
van hetgeen er
niet meer is.

Zie je haar bleke wangen
lichter worden.
De vorstin van

kou en stilte. Zij draagt
de schutkleur
van het sneeuwen nog

hoog op haar jukbeen: blozen in
gebroken wit en
licht

blauw op haar lippen. Trek maar eens
zacht
aan haar gezicht.

Ze zal het afleggen,
is de waanzin
lang voorbij.

Onder haar flinterdunne huid
neemt deze nacht
weer steeds meer ruimte in.

Die rotverdomde onschuld,
het toedekken
van al wat onder ijs is

en dat
waar ze zo
vroeg of laat

mee te maken kreeg.

– Malon