26 juli 2020

NIET ALTIJD MET EEN SPORTWAGEN.

Ineens, na
jaren wonen in mijzelf weet ik
niet meer

waar ik ben. Mijn hemd is nat, ik
wapper
in de wind,

heb licht bewaard in glazen bakjes
maar ze zijn
omgevallen.

Ik vind mijn tuin niet meer. Ik zie wel gras
en takjes, rotte
wilgenbast en ook het

netje
van een lege vetbol
die daar nog hangt van van de winter.

Ik zie het pad, maar niet –
Is dit het dan, vraag ik me af.
Dat gat

waarover ieder spreekt.
Halsoverkop beslissen en dan maar
graven in het land

tot je de
leegte vindt.
We wroeten tot we vallen.

Het kind is mij is moe,
verdwaald tussen de eigen bloemen.
De vader

veel te zwak
om te gaan zoeken.

– Malon