10 oktober 2020

MEISJE IN IJS.

December, landschap van de kale tak,
kondigt de komst
van de kortste dag

aan. En jij die alsmaar wil gaan schaatsen
op dat harde nat,
terwijl onder metaal het water brak en zij daar

in het wak
verdween.
Ze leek zo veel te veel op mij en

zeven winters ga ik nu al
door een kleine ijstijd heen.
Ik smeer de winter in mijn lijf.

De strenge winter
die haar blaadjes rouwt,
het licht

onder de sneeuw.
Ik hoorde zwanen op het koude kwaken
over een meisje

in een meer.
Ze krijsten, sloegen hun vleugels tegen elkaar
tot het alleen nog

veren waren.
Dwarrelend, als vlokken, los,
legden ze witte lagen

op haar neer.

– Malon