12 oktober 2020

HOOFDPIJN.

Pap, als je
straks
mijn stem niet meer herkent, zal ik

vanbinnen
je oor bedekken.
Ik zal mijn hand op de hinder leggen, het ruisen

dempen.
Je hoeft vandaag niet aan je hoofd te denken,
doe maar net

of het niet werkt.
Je hebt zo lang al deze druk verdragen,
de zwelling

in je hersenen
en als je vannacht weer dat hoofd verlaat
en opstaat

in de morgen,
zonder verder, zonder
vragen,

zonder zonder zonder
zorgen,
laat mij je sloffen voor je op de grond zetten

en een
kop koffie.
Pap.

Al deze onbegrepen klanken.
Laat mij ze temperen
en zalven,

laat mij het warmtecompres zijn in je nek.
Ik trek me terug
in je zwarte

vlekken.
Je mag zo weg zijn als je bent,
verdwenen

in je witte geest, want
ik woon elders, pappa, elders.
Elders

in je verdunde schedel
waar ik weiger
vergeten

te worden.

– Malon