23 oktober 2020

STROEVE LELIE.

Ja, mamma, ik weet het.
Ik was de wind die toevlucht zocht 
achter je rug, ik

heb je rand verkend
en ook
je binnenland.

Ik heb de parapluutjes op je hemd geteld
en het verdriet
eronder

en er is wederom
geen zon te zien
vanochtend.

Was er nog maar zoiets als
brood dat in de velden lag,
een cracker

waar jij om wou vechten,
maar mammameeuw
je slaapt al eeuwen.

Hoe ben je zo gewend geraakt
aan het verliezen
en de kou.

Terwijl de vogels rustig overvliegen
en eten voor het grijpen ligt
vouw jij je in

je bed, mamma,
wees alsjeblieft toch sterk,
dat je de ochtend overeind komt, als die zon

tegen het trekken
van de zwaartekracht
en niet blijft liggen.

Elke stap heb je voor mij gezet,
dat weet ik
en ook

wat je veel liever had gewild, mamma.
Dat je het liefst nog eeuwen
even

dieper in jezelf gewroet had en gegraven
en
geslapen,

maar ik wil je zo graag zien, weer, mamma,
wil je zien opstaan uit de aarde,
mamma.

Jij daar,
in jouw glooien.
Het open plooien

van jouw
stroeve
lelie.

– Malon