23 oktober 2020

SLODDERVOS.

Al weken woonden we ergens
tussen de borden en de bekers
van onze

gootsteen,
een beetje als vlekken
die niet van hun plek wilden komen,

schoonmaak
die gedaan moest worden,
maar waar ons hoofd niet echt naar stond.

We waren ets verloren
en misschien
hadden we beter een pelgrimstocht kunnen maken,

maar dat was niet wat we deden,
tot op
een dag –

We hadden de kommetjes geordend in de kasten,
de toespraak
en de bloemen

op de achterbank gelegd en
alle afwas droog en netjes
opgeborgen.

Er was iets van applaus onder water,
net
voordat we vertrokken.

De weg voor ons
had zijn witte strepen uitgestrekt. Soms
kwamen we een vos tegen die werd

geplet
onder een autoband
of een eekhoorn,

de pootjes gespreid,
een beetje zoals Jezus
en we reden gewoon door.

Jij,
die een raampje opende en ik
die het weer dicht

deed.

– Malon