28 oktober 2020

-SOP, -SCHUIM EN ZEEBELLEN.

Zo liet ik mij van winden waaien
en jij stortte je neer in wit daar,

wiegend


op de golf –
“Weet je nog van toen wij stierven
en hoe dat helemaal niets hielp?”


De weg liep dood, maar ondanks dat
trok onze stroom nog steeds haar spoor

en wij, wij vliegen


hier wel vaker zo een uur of wat bij Katwijk,
zoeken krabben in het schuim en spelen
zeemeermin en kapiteintje, lijden


schipbreuk op de vloedlijn,
zetten er 
ons leven voort.

Twee meeuwen. Geen betekenis.

Een nest zonder adres en een zee
die ons beweegt;
ze geeft ons richting.

En altijd 

waren wij maar onderweg,
al ging niemand
ook maar ergens heen.



– Malon