25 december 2020

SCRABBLE MET LEESTEKENS.

Zwarte Bobby
en zijn zwarte vader
speelden een potje scrabble

op de veranda.
“Ik heb slecht geslapen.
Ik had een nachtmerrie.”

Zijn pa stond op.
Het vel hing losjes om zijn botten,
de rug

was krom.
Bobby dacht wel een beetje te weten
waarom zijn pa ‘s nachts wakker lag

en hoe het kwam
dat hij de lakens van zich af sloeg
als het zweet hem uitbrak

en vroeg:
“Waarom, pappa,
waarom?

Wanneer houd je nou eens op
de witte spoken
in je slaap te achtervolgen.

Het is het niet waard.
Verspil geen tijd
met het najagen van degenen

die je iets verschuldigd zijn,
als je niet oppast
blijf je straks eeuwig

staan
in de vorm
waarin zij je hebben gedrongen.”

Ach,
wat wist Bobby.
Bobby was opgegroeid in plantages waar

verstoppertje werd gespeeld
en mais gegrild
op open vuur.

Bobby had nog nooit gebukt
onder het juk
van blanke mannen

of zijn handen aan katoen geschaafd,
bloedspetters
op zijn jas gespot

van tabaksplanten
of graan.
Bobby

was jong.
Bobby kwam later.
“Waarom?”

Vroeg hij zijn pa nogmaals,
maar de oude man
gaf geen antwoord.

Hij bukte nog eens
om een letter op te pakken,
hand

op zijn vergroeide rug
en liet zijn lichaam
praten.

Als hij zo in het zonlicht stond
leek hij een beetje op een vraagteken,
een traan

op de grond en gebogen
wanneer hij weende,
aan de aarde

die hij had gedragen vroeg:
waarom.
Waarom.

– Malon