07 januari 2021

WELKE PLAATS IN WELKE RUIMTE.

Het kind
ligt in snippers
van het kleedje in de kamer. Ik

probeer wanhopig ronde blokken door een vierkant
gat
te slaan

maar mijn handen
zijn
onbruikbaar.

Ik krom me
om mijn ruggengraat,
mijn hoofd heb ik uit de beek gehaald –

Er is geen tijd
om het te zien
vergaan.

Maar om nu zo te leven, in dit denken, land
zonder rand –
Er is teveel

dat thuis hoort
in de gekte.
Ik stap naar voren op de brug

en slinger vingers over grenzen,
speel nachtenlang scrabble
met mezelf

en hussel
letters.
Mijn handen landen in de lucht,

ik spel jouw naam,
kindje,
waar ben je.

Pak me vast
in het onbekende.
Ik wil je terug naar huis toe brengen.

– Malon